Theater voorstelling Lazarus in Het Lab Utrecht

Drie jaar geleden nam David Bowie afscheid van deze wereld. Zijn laatste artistieke tekenen van leven waren het album “Black Star” met de single “Lazarus” en een dubbelzinnige videoclip. In samenwerking met de Ierse toneelschrijver Enda Walsh bedacht hij het scenische project “Lazarus“, dat een musical moet worden genoemd – maar niet noodzakelijkerwijs. Na Düsseldorf, Hamburg en Bremen is Het Lab Utrecht nu het vierde uitvoeringsstation van de Duitse tekstversie.
 
Het Berliner Tilo Nest is verantwoordelijk voor de productie van het theater stuk en heeft er een kleurrijk arsenaal aan verenigingen voor uitgepakt, wat gelukkig niet beweert dat het iets definitief verklaart. De scène met zijn grijze en mistige wachtkameratmosfeer doet denken aan Andre Heller’s Verszeile uit New York als een verloren en gevonden kantoor waar de verlorenen zichzelf in de steek laten. Maar: “Dit is niet Amerika”, dit is de koortsachtige droomwereld, dit is het passieverhaal van Thomas Jerome Newton, die gebonden is aan de zwaartekracht van de aarde en lijdt aan onomkeerbare vervreemding van de wereld. Hij is een bleek spook, maar niet van de opera, maar van het dagelijks leven. In zijn met jenever doordrenkte hoofd vindt een nogal verwarde bioscoop plaats, die soms lijkt op Botho Strauß’ “Koppels, voorbijgangers”, soms op “Star Trek” en soms op “E.T.”. Sascha Tuxhorn, een acteur die de zinsbreuk kan interpreteren als een grandioos stijlmiddel, presenteert de hoofdrol niet als David Bowie-kloon, maar eerder als een mix van Arthur Miller’s reizende verkoper en Beckmann, Borchert’s terugkomer in de oorlog.
 

 

Mary Lou

Herinneringen aan een Mary Lou worden geciteerd in Ricky Nelsons lied, een Mephistophelian Valentine (ook vocaal zeer aanwezig: Nicolas Frederick Djuren) verwijst naar de kracht die altijd het kwaad wil en altijd goed creëert, naar de ambivalentie van eros en thanatos. Er komen mensen naar voren die willen helpen maar geen toegang kunnen vinden: de “maatschappelijk werker” Michael (Frank Damerius), de ongelukkig verliefde Elly (Lea Sophie Salfeld) en tenslotte het onwerkelijke meisje (Pauline Kästner). De laatste bouwt dromerig een raket met plakband om de aarde samen te verlaten, wat natuurlijk gedoemd is te mislukken. Het zwaartepunt van de twee uur durende avond ligt duidelijk op de muziek van David Bowie, 17 nummers uit de laatste bijna vijftig jaar (van “The Man Who Sold The World” tot “No Plan”), gedragen door een krachtige achtpersoonsband en het schattige achtergrondkoor van de Teenage Girls rond de twee muzikaal leiders Vera Mohrs en Kostia Rapoport. Stefan Heyne maakt dankbaar gebruik van de mogelijkheden van de Neurenbergse toneelmechanica, mist- en windmachines en videoprojecties (die laatste zijn echter verspild bij gebrek aan een betekenisvol projectieoppervlak!) zijn toch al standaard toegiften.

 

Voor de David Bowie fans

Eén ding is zeker: geen enkele all-inclusive toerist wordt per langeafstandsbus naar deze musical gebracht, maar David Bowie-fans, serieuze acteurs en zoekers van allerlei pluimage kunnen zich verheugen in op een krachtige visuele voorstelling. De berustende epiloog is het resultaat van de “Hoop” krabbels op het podium: “De hoop sterft als laatste, maar ook de hoop sterft! Fascinerend, maar zeer, zeer, zeer mysterieus! Langdurig applaus van het premièrepubliek.

Auteur